Van Dam-orgel, Martinuskerk Brakel

       
Het orgel is gebouwd door de orgelmaker Pieter van Dam uit Leeuwarden in 1899.
In 1935 voert B.F. Bergmeijer herstelwerkzaamheden uit, waaronder vernieuwing van de pedaalmechaniek. In 1942 vinden opnieuw werkzaamheden plaats door Bergmeijer, die een Mixtuur III in de discant toevoegt en de aanvankelijk gereserveerde Trompet 8’ plaatst.
In 1975 wordt het door de firma K.B. Blank & Zoon (Herwijnen) gerestaureerd en uitgebreid met een Bovenwerk en een zelfstandig pedaal in Van Dam-stijl. Adviseur was Goosen van Tuijl uit Zaltbommel.
In 2008/2009 restaureert J.C. van Rossum (Andel) het orgel met als uitgangspunt de situatie van 1899 met handhaving van het Pedaal en het Bovenwerk van Blank uit 1975. Een deel van het het pijpwerk wordt opnieuw geïntoneerd en Trompet 8’ van het Hoofdwerk wordt vervangen door een nieuwe Trompet naar voorbeeld van het gelijknamige register in het Van Dam-orgel van de Lutherse Kerk te Purmerend.
Op 12 september 2009 is het instrument opnieuw in gebruik genomen.
       
Hoofdwerk C-f”’
Prestant 8′
Bourdon 16′
Violon 8′
Holpijp 8′
Octaaf 4′
Roerfluit 4′
Octaaf 2′
Cornet 4′ 4 sterk discant
Mixtuur 2′ 2-3 sterk
Trompet 8′
Bovenwerk C-f”’
Salicionaal 8′
Roerfluit 8′
Salicionaal 4′
Flûte travers 4′
Quintfluit 3′
Gemshoorn 2′
Klarinet 8′
 
Tremulant
Pedaal C-d’
Subbas 16′
Gedekt 8′
Bazuin 16′
 
       
Koppels HW-BW; pedaal-HW  
Toonhoogte a’ 440 Hz    
Stemming gelijk zwevend    
Winddruk 71 mm. w/k    
       
Bronnen J.C. van Rossum, Clavecimbel- en Orgelbouwer
Orgeldatabase
Orgelnieuws 2009
Reliwiki
 
Foto © Gerrit de Jong