Ritter en Lemckert

       
  August Gottfried Ritter (1811-1885) – Sonate 3 in a-Moll  
       
  August Gottfried Ritter was in zijn tijd een vooraanstaand organist, componist en ook muziekcriticus. Tegenwoordig is zijn naam enigszins vergeten en worden nog maar weinig composities van hem gespeeld. Ritter had veel contacten met collega’s, onder hen ook de componist en pianovirtuoos, Franz Liszt. Liszt prees Ritter om zijn kwaliteiten als organist en improvisator. Het is niet ondenkbaar dat Ritter daarom zijn derde sonate, die hij aan Liszt opdroeg, van uitzonderlijk veel virtuoze passages voorzag.
Grappig is dat de derde sonate voor het eerst werd uitgegeven in 1855 te Rotterdam en niet in Duitsland. Ritter was echter als medewerker verbonden aan het blad Caecilia en ook betrokken bij de Maatschappij tot bevordering der toonkunst.
 
  Veel sonates in de 19e eeuw bestonden uit drie of vier losstaande delen. In de sonate van Ritter lopen deze delen in elkaar over, waardoor een meer symfonische compositie ontstaat.
Net als bijvoorbeeld Mendelssohn en Liszt gebruikt ook Ritter een aantal koraalachtige melodieën als thema in zijn sonate.
De sonate begint met een heldhaftig en onstuimig thema, dat na enige tijd naadloos overloopt in een recitatief.
 
  Ook Franz Liszt maakt in zijn composities veelvuldig gebruik van het recitatief. Kenmerkend hierbij is de zgn. vrije manier van spelen. Dit recitatief vormt de verbinding naar een rustig en melodieus andante. Aan het einde van dit andante volgt een koraalachtige passage. Hierna keert het thema van het andante terug en werkt Ritter toe naar een herhaling van het onstuimige beginthema.
Direct na deze herhaling van het begin volgt een krachtig thema met gepunteerde noten. Dit thema vormt de basis voor een aantal variaties, die tussendoor kort worden onderbroken door een herhaling van het koraalachtige thema. Daarna volgen enkele nieuwe variaties, die worden afgesloten door allereerst het koraalthema en vervolgens het thema van het andante. Hierna breekt het slotgedeelte van het stuk aan. Dit bestaat uit een fuga op een zeer heroïsch thema. Dit alles mondt uit in een spetterende finale.
 
       
  Johann Th. Lemckert (1940) – Fantaisie Jesu dulcis memoria  
       
  Johann Th. Lemckert (1940), oud-organist van de Laurenskerk in Rotterdam, schreef een aantal nieuwe stukken met gregoriaanse melodieën als thema. De fantasie over Jesu dulcis memoria is opgedragen aan Hans van Gelder, die in 2008 zijn veertigjarig jubileum als kerkorganist vierde.
De tekst van deze mystieke hymne wordt wel toegeschreven aan Bernardus van Clairvaux. Wie de melodie componeerde, is niet bekend.
 
   
  De Fantaisie van Lemckert begint met een krachtig en energiek thema, gebaseerd op de eerste regel van de koraalmelodie. Daarna volgt er een episode met snelle noten in een fluitenregistratie. De melodie verschijnt in de rechterhand, soms zelfs in canon. Deze snelle noten worden afgewisseld met korte akkoordformaties.
De derde episode bestaat uit een dialoog tussen het pedaal en de rechterhand. De linkerhand speelt lage spannende akkoorden. Deze episode werkt toe naar een climax. Er klinkt een fugato, dat wordt onderbroken door een zachtere passage. Uiteindelijk mondt dit alles uit in een energieke toccata, waarbij het pedaal het thema laat horen.
 
  tekst: Rien Donkersloot terug