Programma concert 1 september 2012 door Sander van Marion

Nederland
1. a. Toccata en Koraal:
“God in den hoog’ alleen zij eer”
Jan Pzn. Sweelinck (1562-1621)
b. Rondo  -allegretto Christian Fr. Ruppe (1753-1826)
Duitsland
2. Koraalvoorspelen van drie componisten uit verschillende  tijdsperioden over:
‘Wer nur den lieben Gott lässt walten’
a. Barok : Johann Seb. Bach  (1685-1750)
b. Modern:   Helmut Walcha (1907- 1991)
c. Romantiek: Max Reger  (1873-1916)
Spanje
3. Sonate alla Spagnola Antonio Soler (1729-1783)
Italië
4. a. Lo Ballo dell’ Intorcia
b. Sonate in G
c. Evening Song
Antonio Valente (1520-1581)
Domenico Scarlatti (1685-1757)
Marco Bossi  (1861-1925)
Frankrijk
5. a. Marche des Marseillais
b. Cantlilène pastorale
c. Choral Dorien
Claude Balbastre (1727-1799)
Alexandre Guilmant (1837-1911)
Jean Alain (1911-1940)
6. Pièce Héroïque (Strijd tussen goed en kwaad)
zie toelichting hier onder
César Franck (1822-1890)
7. Improvisatie  in Contrast Sander van Marion

PIÈCE HÉROIQUE  -  CÉSAR FRANCK

César Franck schreef ‘Pièce Héroique’ in 1878, enkele jaren na de Frans-Duitse oorlog (1870- 1871). Het is niet ondenkbaar dat de componist deze strijd tussen twee legermachten heeft willen weergeven in dit stuk: een impressie van een strijdtoneel, waar op heroïsche wijze gevochten wordt. Of geeft deze klankschildering een innerlijke strijd aan, een geestelijke strijd tussen goed en kwaad? Wellicht een strijd van César Franck zelf?

Duidelijk is dat er in het eerste deel van ‘Pièce Héroique’ twee partijen worden weergegeven door twee melodieën: de eerste heroïsche melodie wordt in de bas begeleid door dreigende, herhaalde akkoorden. De tweede, contrasterende melodie voor de rechterhand volgt, waarna het openingsthema wordt herhaald. Statige, heldhaftige klanken leiden de strijd in met snelle notenpassages. Aan het eind van dit deel klinkt dan nogmaals het openingsthema, eerst “laag”, dan “hoog”.

Het tweede deel begint met enkele korte tonen in het pedaal. Hierin is de laatste frase van de canon ‘Vader Jacob’ duidelijk te herkennen. Tijdens het rustige intermezzo, een ‘wapenstilstand’, klinken in de verte nog dreigend de korte pedaalnoten.

In het derde en tevens laatste deel vergroot die dreiging. De strijd is nog niet ten einde. De herhaalde, wisselende bastonen kondigen als omfloerste trommelslagen de naderende ondergang aan. De muziek wordt steeds sterker en leidt ten slotte naar de heroïsche apotheose. Niet de overwinning, maar het heldhaftige offer voor het vaderland wordt geschilderd met de klanken van de laatste maten, wanneer nog eenmaal het ‘bekende’ basthema klinkt.