Naber-orgel, Sint-Martinuskerk Zaltbommel

  Carl Friedrich August Naber (1796-1861) is de bouwer van het orgel. Hij leerde het vak van zijn stiefvader en vestigde zich als zelfstandig orgelbouwer in 1826 in Deventer. Later werkte hij samen met zijn schoonzoon K.M. van Puffelen, die zich in Zaltbommel vestigde. Gedurende langere tijd waren zij ook verantwoordelijk voor het onderhoud en het stemmen van de grote broer, het Wolfferts-Heyneman-orgel in de Sint-Maartenskerk.
Na de dood van Naber nam diens zoon, Frederik Samuel het bedrijf in Deventer over, terwijl Van Puffelen vanuit Zaltbommel bleef werken. In 1863 bouwde hij het orgel van Waardenburg en in 1868 dat van Neerijnen. In 1835 werd het toen al bestaande orgel voor de Sint-Martinuskerk in Zaltbommel gekocht. Sommige bronnen noemen 1831 als bouwjaar.
Op een stuk krant dat gebruikt was om een pijprand af te dichten is een advertentie te lezen over een geboorte in Kerkdriel in 1828. In 1842 moet Naber zich nog met het orgel beziggehouden hebben, blijkens inkervingen in enkele pijpen. In 1881 wordt het oorspronkelijke balustradeorgel naar achteren verplaatst en verhoogd om ruimte te scheppen voor het Herenkoor Sint-Cecilia. Daarop volgen regelmatig momenten waarop het orgel wordt hersteld, veranderd, aangevuld, gewijzigd en vaak aangepast aan de mode van de tijd. De Mixtuur wordt ingrijpend beperkt, hoofd- en bovenwerk worden van plaats verwisseld, de registers worden ‘verbeterd’ enzovoort.
Die ingrepen vinden met name plaats in 1913/1916, 1922 en 1948. Maar keer op keer wordt opnieuw de slechte staat waarin het orgel verkeert aan de orde gesteld. Vanaf 1963 probeert het kerkbestuur een restauratieplan te realiseren en na een lange periode vol struikelblokken wordt in 1987 begonnen met een ingrijpende restauratie. Onder begeleiding van de heer J.J. van der Harst, adviseur bij restauratie van historische orgels, begint orgelbouwer Maarten C. Tiggelman uit Zaltbommel met het herstel van het orgelwerk.
De Mixtuur wordt gerestaureerd, windladen worden in oude stijl teruggebracht en lekkend lijmwerk wordt vervangen. Storend mechanisch geratel wordt verholpen, lekkende windtoevoerleidingen worden in de oorspronkelijke staat hersteld, de Trompet-pijpen worden herplaatst en de klaviatuur wordt hersteld en verfraaid. Het orgel is bij deze restauratie niet teruggebracht in de oorspronkelijke staat.
Naast dit orgelwerk wordt ook de elektrotechnische installatie aangepakt, worden de houten ornamenten aan de kast hersteld of opnieuw aangebracht en het schilderwerk wordt deels in oude stijl teruggebracht, deels aan de kleurstelling in de kerk aangepast. In 1989 kan het werk opgeleverd worden en is de reparatie en restauratie van het kleine broertje voltooid.
Hoofdwerk C-f”’
Prestant 8‘
Bourdon 16‘
Terts 1 3/5‘ discant
Holpijp 8‘
Octaaf 4‘
Roerfluit 4‘
Octaaf 2‘
Mixtuur III-VI sterk bas/discant
Trompet 8‘ bas/discant
Bovenwerk C-f”’
Roerfluit 8‘
Octaaf 2‘
Fluit travers 8‘
Bourdon 8‘
Fluit 4‘
Viola di gamba 8‘
Sesquialter II sterk
Hobo 8‘
Pedaal C-f’
Subbas 16‘
Octaaf 8‘
     
Koppels
Stemming
Toonhoogte
Winddruk
HW-BW, Pedaal-HW
gelijkzwevend
440 Hz
80 mm.
   
Bronnen Hans Keser – Over het ‘kleine broertje’. Het Naber-orgel in de St.-Martinuskerk te Zaltbommel. Zaltbommel 1989
Orgelsite
Orgeldatabase
     
Klik hier voor meer informatie over Carl Friedrich August Naber.
Klik hier voor een mooie foto van het Naber-orgel.