Franz Liszt in Zaltbommel (vervolg)

     
  Over de orgelwerken van Franz Liszt
 
 
  Merkwaardig genoeg heeft het grote publiek meer belangstelling voor Liszt gehad vanwege zijn leven dan om zijn muziek. Ontelbaar zijn dan ook de studies en publicaties die handelen over het leven van de man. Toegegeven, zijn leven heeft daar natuurlijk ook enige aanleiding toe gegeven. Als groot virtuoos reisde hij door heel Europa om tijdens zijn concerten het publiek te betoveren met zijn voor normale stervelingen ongrijpbare prestaties en een bijna goddelijke, persoonlijke uitstraling. Het was tijdens één van deze concertreizen dat hij ook Zaltbommel even aandeed (1842). Daarnaast was de eigenaardige combinatie van het wereldlijke en het geestelijke in zijn persoon. Wie liet (en laat…) zich tot priester wijden en heeft daarnaast tijd voor amoureuze avonturen met de Comtesse d’Agoult en prinses Caroline de Sayn-Wittgenstein? Verder was Liszt vurig propagandist voor muziek van tijdgenoten, terwijl hij tijdens zijn concerten deze nieuwe muziek nauwelijks speelde… Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in zijn tijd vooral bekend stond als pianist in plaats van componist. Dit heeft er mede toe geleid, dat hij op zesendertigjarige leeftijd zijn carrière als virtuoos opzij zette om zich te wijden aan het componeren en het uitvoeren van de moderne muziek. Na een kort dirigentschap in Weimar woonde hij afwisselend in Rome, Weimar, Boedapest en ondernam hij nog reizen naar Frankrijk, Duitsland, Engeland, Italië en Oostenrijk. Deze veelkleurigheid vinden we uiteraard terug in zijn muziek. Het hemelse en demonische, de bravoure en de lyrische verfijning, het heroïsche en het lieflijke, de ernst en de ironie: we horen het in zijn muziek.  
    De variaties over het thema van Bachs Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen ontstonden in 1859 als een werk voor piano. Na de dood van zijn dochter Blandine in 1862 heeft Liszt het stuk bewerkt voor orgel, waarin hij zijn verdriet tot uitdrukking heeft gebracht. Het is dus met recht Trauermusik. Het stuk voert ons mee langs felle emoties: van diepe depressies tot enorme woede-uitbarstingen. Maar dan… aan het slot klinkt opvallend het koraal Was Gott tut, das ist wohlgetan. Hiermee stelt Liszt het menselijke lijden tegenover het vertrouwen in en de hoop op God. Het koraal begint zacht, maar allengs wordt het meegenomen in een overdadig crescendo om uiteindelijk in een groot stralend akkoord te eindigen.
Liszt had een grote bewondering voor het werk van Bach en bracht hem eer door het schrijven van muziek waarin zijn naam in klank is omgezet.
 
  Het thema B.A.C.H. heeft veel componisten geïnspireerd tot het schrijven van (vaak) grootse orgelmuziek. Liszt schreef zijn B.A.C.H., zijn beroemdste orgelwerk, in 1855, voor de inwijding van het nieuwe orgel in de Dom in Merseburg. Kort na het verschijnen ervan schreef Liszt een pianoversie. De tweede orgelversie, dateert uit 1870. Hiermee ontstond de definitieve versie van dé B.A.C.H. Overigens duurde het niet lang voordat ook de definitieve pianoversie het daglicht zag. Het Praeludium is vrij beknopt gehouden, maar is rijk aan contrasten. Een lange dalende lijn vormt de inleiding tot de Fuge, waarin o.a. een indrukwekkend crescendo opvalt.
Het is in de 19e eeuw niet ongebruikelijk om muziek te bewerken voor an-dere instrumenten. Zo zijn er bijvoorbeeld orkestwerken gearrangeerd voor piano, maar ook pianomuziek voor orgel. De transcripties van Franz Liszt vormen daarop geen uitzondering. Het eerste werk van vanavond was Bachs Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen, dat Liszt van een eigen pianoversie voor orgel bewerkte. U hoort nu ook een pianowerk van Chopin, door Liszt voor orgel bewerkt.
 
  In 1849/1850 schreef Liszt drie parafrases voor piano op thema’s uit de destijds zeer fameuze opera Le Prophète van Giacomo Meyerbeer die in 1850 in Leipzig gepubliceerd werden. Deze opera bleef hem bezighouden, want in hetzelfde jaar schreef hij twee stukken, die gebaseerd waren op het thema van het koraal van de Wederdopers uit de eerste akte van die opera. Ze werden in 1852, ook in Leipzig, gepubliceerd. Het ging om een werk voor piano vierhandig en een werk für Orgel oder Pedalflügel: Fantasie und Fuge über den Choral ‘Ad nos, ad salutarem undam’.
De twee versies verschillen aanzienlijk. Mogelijk is de pianoversie een transcriptie van de orgelversie, maar wel met zoveel eigens dat het als een zelfstandig werk beschouwd kan worden.
In 1855 vond de première van Ad nos… plaats, gespeeld door Liszts leerling Alexander Winterberger, ter gelegenheid van de presentatie van het nieuwe orgel in de
   
  Dom in Merseburg.
Het stuk staat bekend als een van de moeilijkste orgelwerken van Liszt, zowel voor de speler als voor de luisteraar, maar het heeft wel alles in zich om de klankrijkdom van het orgel in zijn volle glorie te laten horen.
 
tekst: Arno van Wijk
redactie: Muziekkring Bommelerwaard en Omstreken
informatie: Stichting Franz Liszt Kring
 
      terug