Symphonie Nr. 1 van Louis Vierne door Arno van Wijk

In de tweede helft van de negentiende eeuw waren het Cavaillé-Coll en César Franck die een nieuw tijdperk in de geschiedenis van het orgel inluidden. Cavaillé-Coll schiep een type instrument dat zijn klankopbouw en intonatie ontleende aan het symfonieorkest, terwijl Franck de eerste was die bewust voor dit orgeltype componeerde. Zijn Grande Pièce Symphonique (1863) was het eerste magistrale voorbeeld van de symfonische vorm, toegepast op het orgel. Charles-Marie Widor ontwikkelde deze esthetiek verder in zijn tien orgelsymfonieën. Het was echter Louis Vierne die de symfonische vorm tot een hoogtepunt bracht. Zijn symfonieën vormen niet alleen een synthese van de symfonische beginselen van zijn voorgangers, maar zijn tevens de voortzetting en voltooiing daarvan.


Het is opvallend dat kort nadat Vierne zijn eerste orgelsymfonie schrijft (1898/1899), Widor zijn laatste werk in deze vorm voltooit: Symphonie Romane (1900), terwijl Widor nog zevenendertig jaar zou leven! Men zou de symfonieën van Vierne dan ook een vervolg kunnen noemen op die van Widor; het was ook Widor die Vierne aanspoorde tot het schrijven van orgelsymfonieën.
Vierne sterft op de orgelbank van de Notre Dame in Parijs, bij de aanvang van zijn 1750e concert. De plaats die Vierne inneemt in het stormachtige culturele leven van het toenmalige Parijs is door Bernard Gavoty, diens eerste biograaf, fraai verwoord: “Hij had twee tegengestelde richtingen geërfd: die van Franck en die van Widor. Wat hem bij Widor had bekoord, was de gaafheid van vorm en de vondsten in de schrijfwijze. Bij Franck werd hij geboeid door de expressie, die de meester van de Sainte Clothilde aan zijn muziek meegaf. Hij zou de ideeën van de eerste sterk uitbouwen en tamelijk ingrijpend de esthetiek van de tweede wijzigen. Franck was vooral een mysticus geweest, Vierne meer een lyricus.”

De Symphonie Nr. 1 is geschreven in 1899, toen Vierne dus 29 jaar oud was, in de periode dat hij assistent van Widor in de St. Sulpice in Parijs was. In deze symfonie is de invloed van Widor nog merkbaar, maar het stuk verraadt al zijn eigen muzikale taal.
Het eerste deel, Prélude, is nogal plechtig. Het doet sterk denken aan de muziek van Franck en vormt een statige voorbode voor het tweede deel, de Fugue. Deze fuga is de enige strenge fuga in het hele werk van Vierne. Hierna een liefelijke Pastorale, gespeeld op de Vox Humana van het bovenwerk. Het Allegro Vivace is een sprankelend scherzo. De snelle, dartele figuren worden in het middendeel onderbroken door een canon. Een dromerig Andante gaat vooraf aan de spetterende Final. Het is één van Viernes bekendste stukken voor orgel. Het krachtige thema in het pedaal wordt omspeeld door virtuoze en triomfantelijke figuren in de handen. Werkelijk (en letterlijk!) alle registers gaan open om tot een daverend slot te komen.

 

Klik hier voor het programma van het concert.

Klik hier voor gegevens over de organist.

Klik hier voor de website van de organist.